Hoe gaan we de lokale omroep ‘redden’?

Geen ‘On Air’-lampje dat op rood springt, geen vrijwilliger met een camera op de schouder gehesen en geen presentator met een microfoon onder zijn mond. De radio- en televisieomroep van RTV Almere gaat op 19 september 2014 op zwart. Ze staat niet op zichzelf: een derde van de 275 omroepen in Nederland kampt met problemen.

‘Deze zender wordt om administratieve redenen niet doorgegeven’, zo prijken de witte letters op een felblauw televisiescherm bij de inwoners van Almere thuis. Een monotoon piepgeluid klinkt vanuit de speakers. RTV Almere houdt na 33 jaar op met bestaan. Ooit was het een succesvolle stadsomroep met rond de veertig vrijwilligers. Elke maandagavond een gezellige vergadering onder het genot van een biertje, vechtend om een plekje in de één uur durende uitzending die ze elke week maken en herhalen.

“We hadden een populair kanaal met een krankzinnig groot publiek”, zegt oud-vrijwilliger Theo Faber, die in 1995 als cameraman bij de omroep begon. “Internet bestond pas net en er was nog echt behoefte aan lokaal nieuws. Informatie over de omgehakte boom om de hoek kon je alleen bij ons krijgen.” Toch ontstaat er een paar jaar later veel onenigheid onder de medewerkers van RTV Almere.

Schermafdruk 2016-02-26 10.27.46
Oorlogsveld
Zowel bij de televisie- als de radiotak bepalen de vrijwilligers van RTV Almere de inhoud van de programma’s. De verschillende functies zijn niet strikt gescheiden: het hoofd van de techniek is tegelijkertijd samensteller, cameraman en eindredacteur. Dat zorgt voor een onduidelijke machtsverdeling. Ook het bestuur van de omroep en de gemeenteraad kunnen niet meer door één deur. “De bestuursleden verschilden van mening met de gemeente over de hoeveelheid subsidie de omroep kreeg”, vertelt Faber.

Daardoor loopt ook de spanning binnen het bestuur zelf hoog op. De vrijwilligers kiezen ieder de kant van een bestuurslid waardoor er twee kampen ontstaan. Zo verandert de redactie in een oorlogsveld en na een lange strijd moet RTV Almere op zwart. De omroep laat een schuld van ruim 40.000,- euro achter.

Ook Boschtion, de lokale omroep van Den Bosch, zag na dertig jaar geen toekomst meer. De vrijwilligers hoopten net als Almere jarenlang op meer subsidie, maar die bleef uit. Ze kregen onderling ruzie. Ook de lokale omroep van Zwolle ging een paar jaar geleden op zwart. Medewerkers meldden zich massaal ziek omdat ze het niet eens waren met het bestuursbeleid. De schulden van de omroep liepen zo hoog op dat de huurbaas de sloten van het pand moest veranderen. En bij Lingewaard Lokaal, een omroep in de provincie Gelderland, stapte een groot deel van de vrijwilligers op omdat ze het niet eens waren met de manier waarop het bestuur de omroep leidde. Bij al deze omroepen zijn er in elk geval drie oorzaken: een gebrek aan subsidie, onenigheid tussen vrijwilligers en bestuursleden, en een tekort aan professionaliteit.

Schermafdruk 2016-02-26 10.31.49

Chagrijnig
De Organisatie voor Lokale Omroepen in Nederland (OLON) behartigt de belangen van de omroepen. Beleidsmedewerker Toon Bastiaansen is van mening dat de gemeente meer subsidie moet uitkeren zodra een lokale omroep een goed plan presenteert: “In het ideale geval komt de helft vanuit het overheidspotje en de andere helft vanuit sponsors en advertenties. Dan moet de omroep wel een samenwerkend bestuur en een goede visie hebben.” Volgens de OLON is journalistieke dekking op alle niveaus van belang: zowel landelijk, provinciaal als gemeentelijk. Ook uit onderzoek blijkt dat mensen nieuws uit de directe omgeving belangrijk vinden.

Maar als het aan Almeers D66-raadslid De Jong ligt, is een lokale omroep helemaal niet nodig. “Het is een stukje wetgeving waar ik heel erg chagrijnig van word. We zouden het geld voor de lokale omroep het liefst op een andere manier besteden die meer bij de stad past.”

Hoe zit het precies met de subsidie vanuit de gemeente? Afhankelijk van de grootte van de gemeente, maakt het Rijk €1,30 per jaar per huishouden over naar de gemeentekas. De gemeente heeft een zorgplicht voor de bekostiging van de lokale omroep. Het is aan de gemeente hoeveel van het ‘bestemde’ geld ze overmaken, dat is namelijk niet gelabeld. Bastiaansen: “Veel gemeenten bezuinigen op de lokale omroep, maar dat is niet goed.”Schermafdruk 2016-02-26 10.29.18

Amateuristisch
Vrijwilligers starten met de beste bedoelingen hun avontuur bij de omroep maar er heerst een gebrek aan professionaliteit zegt ook docent Crossmedia aan de Hogeschool Utrecht, Piet Bakker: “Lokale omroepen vernieuwen te weinig op het gebied van de verschillende platformen. De focus ligt teveel op radio- en televisieprogramma’s in plaats van op online producties”, zegt Bakker. “Zo kan de inzet van sociale media bijvoorbeeld veel beter.”

Als een omroep niet bereid is te vernieuwen, kijken weinig mensen ernaar. Daardoor stoppen minder adverteerders er geld in. Regionale omroepen hebben vaak wel de middelen om professioneel te werk te gaan en overschaduwen de ‘amateuristische’ lokale omroep. De gemeente steekt er vervolgens zo min mogelijk subsidiegeld in. Vaak omdat ze met moeite het hoofd boven water houden, ontstaan er meningsverschillen over hoe de omroep ‘gered’ moet worden. Dit alles zorgt voor een vicieuze cirkel waar veel lokale omroepen in terecht komen.

Het overkwam ook Almere: een jonge, snelgroeiende stad. En met het faillissement van RTV Almere is het drama rond de lokale omroep in de stad absoluut niet afgesloten. Een jaar lang woedde er een strijd om de nieuwe licentie, die uiteindelijk werd gewonnen door Media036. Pas sinds een week zijn de eerste radio-uitzendingen online gestart. Met een focus op meer commerciële inkomsten via advertenties, hoopt Media036 de lokale omroep draaiende te houden. Het is nog maar de vraag of dat gaat lukken.